Terug

Voorwaarden LEADER subsidie

 

Wil je subsidie aanvragen bij LEADER Rivierenland, houd dan rekening met enkele voorwaarden.

Wie kan subsidie aanvragen?

  • Subsidie kan worden aangevraagd door ‘rechtspersonen’ (zoals stichtingen en verenigingen) en/of ondernemingen. Ook samenwerkingen hiervan kunnen een aanvraag indienen.

  • Het project dient plaats te vinden in het LEADER-gebied Rivierenland: het platteland of de kernen in de gemeenten Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel (buitengebied*), West Betuwe, Maasdriel en/ of Zaltbommel.

* De bebouwde kom van Tiel valt formeel buiten het LEADER-gebied, omdat LEADER-subsidie bedoeld is voor het platteland en kernen met minder dan 30.000 inwoners. Er kan hierop een uitzondering gemaakt worden voor projecten in de kern Tiel die duidelijk ten goede komen aan het platteland en/of zorgen voor verbinding stad-platteland.

  • De gevraagde LEADER-subsidie (EU, provincie en gemeenten/ waterschap) per project is minimaal €20.000,- en maximaal €100.000,- en is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Dat betekent dat het project een omvang moet hebben van minimaal € 40.000.
    De overige minimaal 50 % ‘eigen bijdrage’ kan bestaan uit eigen geld of tijdsinzet, vrijwilligersuren of geld van derden (bijvoorbeeld fondsen, crowdfunding, etc).
  • Het project moet voldoen aan de 4 criteria waar de LAG op toetst:
    1. Inhoudelijk passen binnen de 3 doelen van onze Lokale Ontwikkelingsstrategie: Trots op Elkaar, Trots op ons Landschap en Trots op ons Werk (zie toelichting onderaan deze pagina en op pagina’s 10-13 van de LOS)
    2. Voldoen aan de LEADER-criteria: innovatief, integraal, bottom-up/ gebiedsgericht, samenwerking en overdraagbaar (zie toelichting onderaan deze pagina)
    3. Financieel en organisatorisch haalbaar: is er voldoende expertise om het project uit te voeren? Zijn de kosten helder in kaart gebracht en is er voldoende geld om het project door te laten doorgaan? Is er voldaan aan de overige randvoorwaarden zoals vergunning(en), zodat het project snel kan starten als de subsidie wordt toegekend?
    4. Er is zicht op continuïteit: beheer en onderhoud is geregeld zodat het voortbestaan (of de doorontwikkeling) van de projectresultaten gewaarborgd is.
      Het complete toetsingsformulier van de LAG is hier te vinden

Lees hier meer over de aanvraagprocedure LEADER Rivierenland.

1. Trots op elkaar

Levendige dorpen en een vitaal buitengebied met passende huisvesting en voldoende en goed toegankelijke voorzieningen om elkaar te ontmoeten, te bewegen, sporten en spelen en voor kunst en cultuur.


We zetten in op:
a) Het stimuleren van ontmoeting, gezamenlijk eigenaarschap, multi-functioneel gebruik van (vrijkomende) gebouwen door en met diverse doelgroepen
b) Nieuwe woonvormen en -plekken

2. Trots op ons werk

Sterke en gastvrije plattelandseconomie met diversiteit in werk voor inwoners, een divers aanbod voor bezoekers en een goede verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

We zetten in op:
a) Het verbinden van werk en onderwijs
b) Het samen op de kaart zetten van het gebied
c) Gastvrijheid: het vergroten van het recreatief-toeristisch aanbod.

3. Trots op ons landschap

Natuur-inclusieve, circulaire en biodiverse leefomgeving, voorbereid op klimaatverandering, met duurzame energie, waarbij de landschappelijke identiteit/ ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt.


We zetten in op:
Ontwikkeling van DIENmodellen en verDIENmodellen voor landschap, natuur, biodiversiteit, circulariteit, duurzame energie, klimaatbestendigheid en water, zoals:
a) Nieuwe samenwerkingen en/ of nieuwe combinaties van functies
b) Nieuwe verdienmodellen voor agrarische bedrijven
c) Vernieuwende manieren t.b.v. bewustwording en concrete actie

LEADER kenmerken

Europese criteria die voor alle LEADER-projecten in de EU gelden:

Innovatief:

nieuw voor het gebied of brengt vernieuwing op gang zoals een experiment of pilot.

Integraal:

meerdere doelen dienen of bijdragen aan verschillende doelen.

Bottom-up, draagvlak en gebiedsgericht:

initiatief vóór en dóór inwoners, met een duidelijke behoefte en draagvlak vanuit het gebied.

Samenwerking:

nieuwe (soorten) verbinding en samenwerking.

Overdraagbaar:

de aanpak is interessant, vervult een voorbeeldfunctie en is overdraagbaar.